De ondergrond voor uw parket: droog, vlak en stevig

Welke ondergrond is geschikt voor parket, hoe controleert u vocht en vlakheid, en welke ondervloer gebruikt u bij een zwevende plaatsing?

Parket is maar zo goed als wat eronder ligt. Een vochtige, oneffen of brokkelige ondergrond zorgt voor holle plekken, krakende planken, open naden of zelfs loskomende delen. Het type ondergrond bepaalt bovendien welke plaatsingsmethode mogelijk is: zwevend, verlijmd of genageld.

Welke ondergrond heeft u?

  • Chape op basis van zandcement: de meest voorkomende ondergrond. Geschikt voor zwevende en verlijmde plaatsing, op voorwaarde dat ze droog, vlak en stevig is.
  • Anhydriet- of gietchape: zeer vlak, maar gevoeliger voor vocht. Vaak moet de bovenste laag (de sinterhuid) eerst geschuurd worden en is een primer nodig.
  • Tegels en natuursteen: kunnen blijven liggen als ze vast zitten en vlak zijn. Voor verlijming moet het oppervlak ontvet en opgeruwd worden, met een hechtprimer.
  • Houten balken (roostering): enkel geschikt voor voldoende dikke planken die haaks op de balken worden genageld. De balken moeten stevig, droog en waterpas liggen.
  • Houten ondervloer of OSB-platen: een goede basis om op te verlijmen of te nagelen, als de platen goed vastgeschroefd zijn en niet veren.
  • Tapijt, vinyl, kurk, laminaat en andere zachte bekledingen: verwijder ze, samen met de lijmresten. Beoordeel daarna de laag die eronder zit.
  • Zand of aarde: nooit rechtstreeks. Hier is eerst een volledige vloeropbouw nodig met vochtscherm, betonplaat en chape.

1. Droog

Vocht is de grootste vijand van een houten vloer. Een chape kan aan de oppervlakte droog lijken en toch nog veel vocht bevatten. Laat het restvocht daarom meten, bij voorkeur met de carbidemethode (CM-meting), die nauwkeuriger is dan een elektronische oppervlaktemeter.

  • Als richtwaarde geldt voor een zandcementchape doorgaans maximaal 2 procent CM, en ongeveer 1,8 procent bij vloerverwarming.
  • Voor een anhydrietchape ligt de grens veel lager: doorgaans maximaal 0,5 procent CM, en ongeveer 0,3 procent bij vloerverwarming.
  • De voorschriften van de fabrikant van het parket en van de lijm gaan altijd voor. Lees ze voor u begint.

Is er kans op opstijgend vocht, bijvoorbeeld bij een vloer op volle grond zonder goede isolatie? Dan is een vochtscherm nodig. Bij een zwevende plaatsing is dat een folie, bij verlijming een vochtwerende primer die geschikt is voor het gemeten vochtgehalte.

2. Vlak

Leg een rechte lat van 1 of 2 meter in verschillende richtingen over de vloer en meet de grootste opening eronder. Hoeveel afwijking toelaatbaar is, hangt af van de plaatsingsmethode en het parket. Als richtwaarde: niet meer dan enkele millimeters onder een lat van 2 meter, en voor verlijming zijn de eisen het strengst. Lokale bulten schuurt u weg, putten en grotere hoogteverschillen vult u met een geschikte egalisatie.

3. Stevig en schoon

  • Kras met een scherp voorwerp over de chape. Laat ze makkelijk los of zandt ze, dan is ze te zwak om op te lijmen zonder verstevigende primer.
  • Klop met een hamer op tegels: een hol geluid wijst op loszittende tegels die eerst vastgezet of verwijderd moeten worden.
  • Verwijder stof, verfresten, oude lijm, vet en zeepresten. Stofzuig grondig voor u primer of lijm aanbrengt.
  • Barsten in de chape worden eerst hersteld, bijvoorbeeld met een tweecomponentenhars.

De ondervloer bij zwevende plaatsing

Bij een zwevende vloer komt er een tussenlaag tussen chape en parket. Die heeft drie taken: kleine oneffenheden opvangen, contactgeluid dempen en, op een minerale ondergrond, vocht tegenhouden.

  • Op een chape of tegels: leg eerst een dampremmende PE-folie van minstens 0,2 mm dikte, met de banen 20 cm overlappend en de naden afgeplakt. Laat de folie aan de muren een paar centimeter opstaan. Sommige ondervloeren hebben die folie al geïntegreerd.
  • Kies daarna een ondervloer die past bij uw parket en bij eventuele vloerverwarming. Dikker is niet altijd beter: een te zachte ondervloer laat de klikverbinding te veel bewegen.
  • Op vloerverwarming kiest u een ondervloer met een lage warmteweerstand.
  • Op een houten ondervloer gebruikt u in de regel geen dampdichte folie, omdat vocht dan in het hout kan blijven zitten.
  • Twee ondervloeren op elkaar leggen om hoogteverschillen weg te werken is af te raden. Egaliseer dan liever de ondergrond.

Houten balken en platen

Bij een vloer op balken ligt de hart-op-hartafstand tussen de balken best niet hoger dan ongeveer 40 cm, anders buigen de planken door. Enkel voldoende dikke planken, in de praktijk vanaf ongeveer 20 mm, kunnen rechtstreeks haaks op de balken worden genageld. Voor dunnere planken of om vrij te zijn in de legrichting legt u eerst een ondervloer van OSB- of multiplexplaten. Laat de platen onderling en aan de randen een kleine voeg, schroef ze vast op elke balk en controleer dat ze niet veren of kraken.

Twijfelt u?

Een vochtmeting en een beoordeling van de ondergrond kosten weinig tijd en voorkomen veel problemen. Janssen Parketvloeren bekijkt de ondergrond graag voor een nieuwe plaatsing. In de webshop vindt u primers, egalisatie- en lijmproducten voor een goed voorbereide ondergrond.

Meer advies

Lijm en ondergrond

Producten die hierbij passen